Aan de slag! – De herfst

squirrel-1245583Buiten wordt het kouder, de regendruppels vallen weer met bakken uit de lucht en de kinderen moeten zich weer warm kleden als ze naar school gaan. Het is weer herfst en ‘Herfst’ is een prachtig thema om in de klas te behandelen. En te combineren met bewegen!

oe dans- en beweegactiviteiten met de kinderen die in het teken staan van het thema ‘Herfst’. De oefeningen die hieronder zijn beschreven, dragen bij aan de ontwikkeling van verschillende delen van het lichaam, maar ook aan de taalontwikkeling en uitspraak. Als de takken zwiepen zoals in oefening 1, kun je de kinderen laten meezeggen: ‘Zwiep, zwiep.’ In de oefeningen werk je afgewisseld aan de grove en fijne motoriek. In oefening 2 werk je ook aan de souplesse van de nek en de ruggengraat en in oefening 3 aan de ademhaling door gecontroleerd te blazen. De kinderen leren samen te werken tijdens oefening 4 met het grote doek. Dat leren ze ook in oefening 5, waarbij ze rekening met elkaar moeten houden. De laatste oefening is er eentje om weer rustig te worden na al het waaien en meteen een stretch!

1. De bomen in het bos
Maak je klein op de grond. Langzaam groeien de bomen tot zij stevig met hun wortels (de benen) in de grond staan. Steek de armen als takken in de lucht, laat de takken zwiepen in de wind. Het waait hard in het bos, misschien breken de takken wel af of vallen er bomen om.

2. De uil
Maak grote uilenogen door de handen om de ogen heen te plaatsen (als een verrekijker), kijk langzaam naar rechts en naar links, draai de nek en rug zover als je kunt. Doe de oefening staand of zittend in de kring, zo kunnen de kinderen elkaar steeds aankijken. De uil zit in de boom, op de allerhoogste tak, en kijkt heen en weer of er al bladeren vallen. Hij knippert even flink met zijn ogen. Hij kan zijn hoofd heel ver draaien, zonder dat hij zijn lijf beweegt.

3. De blaadjes
Iedereen krijgt een stoffen blaadje, het blaadje waait van de boom: zigzaggend van boven naar beneden, tot op de grond. Hij waait weer omhoog, zigzaggend met het blaadje weer naar boven. Kun je dezelfde beweging maken met je lichaam? De blaadjes waaien in het rond: draai met het blaadje in de hand een rondje om je as. Maak dan wind met de mond en blaas je blaadje weg vanaf je platte hand.

4. Grote doek
Alle blaadjes gaan in het grote doek, die alle kinderen samen rondom vasthouden. Daar komt de wind. Laat het eerst zacht en dan steeds harder waaien. Beweeg samen het doek op en neer.

5. Samen waaien
Vraag de kinderen een vriendje te kiezen. De blaadjes waaien van de boom af en vliegen door de lucht. Over het park: vlieg hoog op de tenen, dan laag onder de struiken door: vlieg zo laag als je kunt. Over de speeltuin heen (omhoog), onder de glijbaan door (omlaag). Er is harde wind: waai snel, dan volgt zachte wind. Houd je vriendje goed vast en trek niet aan zijn arm!

6. Het spinnetje
De kinderen zitten met de voeten in het midden van de kring: zo lijken alle benen wel op een groot spinnenweb! Zeg samen het gedichtje op, de vingers beweeg je als kriebelige spinnetjes:
Een spinnetje een spinnetje (maak een spinnetje van de handen). Dat kriebelt aan je kinnetje (kriebel aan je kin). Dat kriebelt aan de benen (kriebel op de benen). Tot aan je grote tenen (kriebel omlaag naar de tenen). Dan gaat-ie weer terug (kriebel terug omhoog). En kriebelt op je rug (kriebel op de rug). En met een zuchtje wind (spring op met de beide handjes opzij). Springt hij op een ander kind (leg de beide handen op het hoofd van de kinderen naast je).

Kies attributen
Deze les leent zich er uitstekend voor om hem aan te kleden met herfstachtige attributen. Die zijn in allerlei winkels te koop. Paddenstoelen waarop je de stippen kunt tellen, kabouters waarmee de kinderen een fantasieverhaal kunnen bedenken, et cetera. Ook de stoffen blaadjes zijn iedere herfst weer te koop, alsook het decoratiedoek waarin we ze samen laten opwaaien.

Download hier deze bijdrage in pdf-vorm, zoals verschenen in HJK oktober 2017.