Aan de slag! – Sta eens stil!

p.07_Aan de slag_HJK december 2017_StandbeeldWelke kleuter is weleens in een beeldentuin geweest? Staan er beelden in de wijk, dorp of stad waar de kinderen wonen? Gebruik die beelden om met de kinderen te gaan spelen. Je kunt standbeelden bekijken of erover praten, maar kun je ze ook tot leven wekken?

Maak foto’s van standbeelden of zoek foto’s op internet en zet ze op het digibord. Print er ook een paar. Leg foto’s van verschillende standbeelden op de grond in een lege ruimte. Zo heb je automatisch een mooie verdeling over de ruimte. Bedenk vooraf het verhaal over de beeldentuin. Daarmee ga je de standbeelden tot leven wekken.

Foto’s als vertelplaat
Gebruik de foto’s van de standbeelden als vertelplaat. Laat de kinderen goed kijken en vertellen wat ze zien. Fantaseer samen met de kleuters over de mensen die dit zijn. Is het een man of een vrouw. Is ze blij, verdrietig of boos? Wat doet ze? Begin met gesloten vragen, maar stel ook prikkelende (open) vragen om taalproductie uit te lokken als het kind eraan toe is. Bespreek de standbeelden. Dan heb je een idee: jullie gaan samen naar een beeldentuin!

Stap 1: naar de beeldentuin
Ga met de kinderen naar de beeldentuin. Wat is dat? De ruimte is leeg! De beelden zijn verdwenen! Op de grond liggen alleen nog foto’s van verschillende standbeelden. Je hebt een idee. Als wij nou eens de beelden gaan namaken! Laat de kinderen in tweetal een standbeeld kiezen. Als iedereen bij een foto staat, mogen de kinderen in tweetallen aan de slag om een beeld te worden. Laat ze samen goed kijken naar het standbeeld op de foto. Hoe zorgen ze ervoor dat een van hen dat standbeeld wordt? Kunnen ze ook zo staan? Laat ze elkaar helpen.

Stap 2: levend standbeeld
Als iedereen staat, vertel je dat het nu wel een bijzondere beeldentuin is, want we kunnen de beelden levend maken! Leg spelenderwijs uit hoe je dat doet en spreek vooraf met de kinderen het stopsignaal af. Bijvoorbeeld een vinger bij je mond (heb je een vinger voor je mond, dan moeten ze heel stil zijn en stil blijven staan) of de hand omhoog. ‘Ga allemaal goed staan. We gaan beginnen. Luister goed naar het verhaal en doe wat er gevraagd wordt. Eens kijken wat er gebeurt!’ Begin het verhaal met: ‘Wat een mooie dag om in de beeldentuin te zijn. Fijn dat jullie op de lege plekken staan. Jullie staan er prachtig bij (benoem enkele beelden). Kunnen jullie misschien wat vrolijker kijken? Of nee, toch verdrietig? Boos? Hmmm. Doe toch maar zoals je als eerste keek. Hé, wat is dat? Wat gaat daar nou over de grond? Is dat een muis? Zit hij nu aan je voet te knabbelen. Waah, dat kriebelt! Je moet lachen, maar dat kan natuurlijk niet. Ssst, sta eens stil. Niet bewegen, hoor ik de baas van de beeldentuin? Sta heel stil! De baas mag natuurlijk niet weten dat jullie geen echte beelden zijn. Ssst, nee toch niet. Weet je wat, zal ik een muziekje opzetten? Dan kunnen jullie bewegen! Ga maar lekker dansen. Alleen als ik de baas hoor, zet ik de muziek uit en moet je weer op je plek gaan staan als beeld.’ Vul het verhaal zelf aan en sluit het af met de baas. Als hij verdwenen is, wek je alle kleuters tot leven en laat je ze rustig terug naar de klas gaan.

Stap 3: nabespreken
Bespreek de beeldentuin in de kring nog even. Wat een avontuur was dat. Hebben we elkaar wel gezien? Laat elk kind om de beurt zijn of haar standbeeld nog eens doen. Geef voldoende ruimte aan de kinderen om te reageren op wat ze zien en op wat ze hebben meegemaakt in de beeldentuin. Is het moeilijk om heel stil te blijven staan. Wat helpt om een standbeeld te zijn?

Download hier de pdf van deze bijdrage zoals gepubliceerd in HJK december 2017.